Omschrijving
De Olifantenfontein is het meest geliefde monument van Catania: midden op de Piazza del Duomo draagt een stenen beeld van zwarte lavasteen met witte ogen een Egyptische obelisk op zijn rug. De Catanezen noemen het u Liotru, en sinds 1239 is het het embleem van de stad.
De fontein is in werkelijkheid achttiende-eeuws: tussen 1735 en 1737 bouwde Giovanni Battista Vaccarini haar, in een Catania dat zich herstelde van de aardbeving van 1693. Je ziet haar het best vanaf de trappen rond het voetstuk, waar je kunt gaan zitten om naar het plein te kijken.
Van dichtbij bekijk je eerst de olifant, uitgehouwen uit één blok lava en met zijn slurf gericht naar de kathedraal van Sint-Agatha.
Dan de obelisk, iets meer dan drieënhalve meter hoog, van graniet en bedekt met figuren in Egyptische stijl die geen enkel zinnig schrift vormen. Op het witmarmeren voetstuk liggen de twee rivieren van de stad, de Simeto en de Amenano, en vanaf daar valt het water in het bassin.
Over de flanken van de olifant hangt een marmeren sjabrak met de wapens van Sint-Agatha, de patroonheilige van Catania. Boven op de obelisk, onder het kruis, zit een plaatje met de afkorting MSSHDEPL: 'Een gezonde en oprechte geest, tot eer van God en voor de bevrijding van zijn vaderland'.
Wie het beeld heeft gemaakt, en wanneer, weet niemand. In de twaalfde eeuw trof de Arabische geograaf Idrisi het beeld al binnen de muren aan; de aardbeving van 1693 brak de poten en de slurf, en Vaccarini herstelde ze, met ogen en slagtanden van wit steen erbij.
Achter de naam zit een duistere legende. Heliodorus, een in ongenade gevallen edelman die van necromantie werd beschuldigd, zou de olifant hebben gebeeldhouwd en erop van Catania naar Constantinopel hebben gereden, tot bisschop Leo hem levend liet verbranden. Historici beschouwen het als verzinsel. Waarschijnlijker is een andere verklaring: het beeld diende als gnomon van de zonnewijzer op het plein, het was 'heliotisch', in het dialect 'liotru'.
De olifant met de obelisk op zijn rug is geen vondst van Vaccarini: het beeld komt al voor in een boek dat in 1499 in Venetië werd gedrukt, de Hypnerotomachia Poliphili. Tot 1998 werd de fontein omsloten door een ijzeren hek met een tuintje; tegenwoordig is ze open naar het plein toe.
In 1862 besloot men de fontein naar de Piazza Palestro te verplaatsen. Men had buiten de Catanezen gerekend: op 30 mei organiseerde Bonaventura Gravina een volksopstand en de verhuizing ging niet door.
De Liotru werd in 1239 het officiële symbool van de stad, door een schenking van Frederik II: daarvoor was het embleem Sint-Joris. Nu staat hij in het wapen van de gemeente en is hij de mascotte van de plaatselijke sportploegen.
Niet missen
• De obelisk.
• De rivieren Simeto en Amenano.
• De sjabrak met de wapens van Sint-Agatha.
Wist je dat?
• Onder de Arabieren heette Catania Medinat-el-fil, de 'stad van de olifant'.
• De obelisk was waarschijnlijk een van de keerpunten van het Romeinse circus: de andere staat op de binnenplaats van het Castello Ursino.
De fontein is in werkelijkheid achttiende-eeuws: tussen 1735 en 1737 bouwde Giovanni Battista Vaccarini haar, in een Catania dat zich herstelde van de aardbeving van 1693. Je ziet haar het best vanaf de trappen rond het voetstuk, waar je kunt gaan zitten om naar het plein te kijken.
Van dichtbij bekijk je eerst de olifant, uitgehouwen uit één blok lava en met zijn slurf gericht naar de kathedraal van Sint-Agatha.
Dan de obelisk, iets meer dan drieënhalve meter hoog, van graniet en bedekt met figuren in Egyptische stijl die geen enkel zinnig schrift vormen. Op het witmarmeren voetstuk liggen de twee rivieren van de stad, de Simeto en de Amenano, en vanaf daar valt het water in het bassin.
Over de flanken van de olifant hangt een marmeren sjabrak met de wapens van Sint-Agatha, de patroonheilige van Catania. Boven op de obelisk, onder het kruis, zit een plaatje met de afkorting MSSHDEPL: 'Een gezonde en oprechte geest, tot eer van God en voor de bevrijding van zijn vaderland'.
Wie het beeld heeft gemaakt, en wanneer, weet niemand. In de twaalfde eeuw trof de Arabische geograaf Idrisi het beeld al binnen de muren aan; de aardbeving van 1693 brak de poten en de slurf, en Vaccarini herstelde ze, met ogen en slagtanden van wit steen erbij.
Achter de naam zit een duistere legende. Heliodorus, een in ongenade gevallen edelman die van necromantie werd beschuldigd, zou de olifant hebben gebeeldhouwd en erop van Catania naar Constantinopel hebben gereden, tot bisschop Leo hem levend liet verbranden. Historici beschouwen het als verzinsel. Waarschijnlijker is een andere verklaring: het beeld diende als gnomon van de zonnewijzer op het plein, het was 'heliotisch', in het dialect 'liotru'.
De olifant met de obelisk op zijn rug is geen vondst van Vaccarini: het beeld komt al voor in een boek dat in 1499 in Venetië werd gedrukt, de Hypnerotomachia Poliphili. Tot 1998 werd de fontein omsloten door een ijzeren hek met een tuintje; tegenwoordig is ze open naar het plein toe.
In 1862 besloot men de fontein naar de Piazza Palestro te verplaatsen. Men had buiten de Catanezen gerekend: op 30 mei organiseerde Bonaventura Gravina een volksopstand en de verhuizing ging niet door.
De Liotru werd in 1239 het officiële symbool van de stad, door een schenking van Frederik II: daarvoor was het embleem Sint-Joris. Nu staat hij in het wapen van de gemeente en is hij de mascotte van de plaatselijke sportploegen.
Niet missen
• De obelisk.
• De rivieren Simeto en Amenano.
• De sjabrak met de wapens van Sint-Agatha.
Wist je dat?
• Onder de Arabieren heette Catania Medinat-el-fil, de 'stad van de olifant'.
• De obelisk was waarschijnlijk een van de keerpunten van het Romeinse circus: de andere staat op de binnenplaats van het Castello Ursino.