Omschrijving
De Via dei Crociferi is de spectaculairste barokstraat van Catania: zo'n 400 meter naar het noorden, bijna alleen kerken, kloosters en paleizen uit de achttiende eeuw, met maar een paar huizen. Je komt binnen vanaf de Piazza San Francesco d'Assisi, onder een boog door, en wat volgt is barok uit één stuk.
De Arco di San Benedetto, uit 1704, overspant de straat en verbindt de Badia Grande met de Badia Piccola, de twee gebouwen van het benedictijnenklooster. Volgens de overlevering werd hij in één nacht gebouwd, om de stadssenaat voor een voldongen feit te stellen en de eenwording van het klooster af te dwingen.
Meteen daarna, aan de westkant, opent de kerk van San Benedetto zich met de marmeren Engelentrap, vol beelden van engelen en afgesloten met een smeedijzeren hek. Binnen is het gewelf helemaal beschilderd met fresco's van Giovanni Tuccari over het leven van de heilige.
Verderop, aan dezelfde kant, rijst de jezuïetenkerk San Francesco Borgia op boven een dubbele trap. Binnen toont de koepel, beschilderd door Olivio Sozzi, in de hoeken de vier werelddelen waar de Sociëteit van Jezus het Evangelie bracht: Europa, Azië, Afrika en Amerika.
Daarna volgt het jezuïetencollege, het vroegere Instituut voor Kunst, met een mooie kloostergang met arcaden op zuilen. Tegenover staat de kerk van San Giuliano, met een bolle gevel en eenvoudige lijnen, beschouwd als een van de beste voorbeelden van de Catanese barok.
San Giuliano verdient een extra stop: de koepel, ook open voor bezoekers, is na die van het benedictijnenklooster de op één na hoogste van de stad. De achttiende-eeuwse vloer is een patroon van gekleurd marmer.
Voorbij de kruising met de Via Antonino di Sangiuliano kom je langs het klooster van de Crociferi en de kerk van San Camillo. Aan het eind sluit de Villa Cerami de straat af, residentie van de prinsen Rosso di Cerami en nu de rechtenfaculteit van de universiteit.
In 1881 ontvingen de prinsen in de villa koning Umberto I en koningin Margherita. Voor het bal te hunner ere werd de oude kapel omgebouwd tot feestzaal, en een Hemelvaart van Maria op het gewelf verdween onder een kopie van de Aurora van Guido Reni, die beter bij een dansavond paste.
De Arco di San Benedetto, uit 1704, overspant de straat en verbindt de Badia Grande met de Badia Piccola, de twee gebouwen van het benedictijnenklooster. Volgens de overlevering werd hij in één nacht gebouwd, om de stadssenaat voor een voldongen feit te stellen en de eenwording van het klooster af te dwingen.
Meteen daarna, aan de westkant, opent de kerk van San Benedetto zich met de marmeren Engelentrap, vol beelden van engelen en afgesloten met een smeedijzeren hek. Binnen is het gewelf helemaal beschilderd met fresco's van Giovanni Tuccari over het leven van de heilige.
Verderop, aan dezelfde kant, rijst de jezuïetenkerk San Francesco Borgia op boven een dubbele trap. Binnen toont de koepel, beschilderd door Olivio Sozzi, in de hoeken de vier werelddelen waar de Sociëteit van Jezus het Evangelie bracht: Europa, Azië, Afrika en Amerika.
Daarna volgt het jezuïetencollege, het vroegere Instituut voor Kunst, met een mooie kloostergang met arcaden op zuilen. Tegenover staat de kerk van San Giuliano, met een bolle gevel en eenvoudige lijnen, beschouwd als een van de beste voorbeelden van de Catanese barok.
San Giuliano verdient een extra stop: de koepel, ook open voor bezoekers, is na die van het benedictijnenklooster de op één na hoogste van de stad. De achttiende-eeuwse vloer is een patroon van gekleurd marmer.
Voorbij de kruising met de Via Antonino di Sangiuliano kom je langs het klooster van de Crociferi en de kerk van San Camillo. Aan het eind sluit de Villa Cerami de straat af, residentie van de prinsen Rosso di Cerami en nu de rechtenfaculteit van de universiteit.
In 1881 ontvingen de prinsen in de villa koning Umberto I en koningin Margherita. Voor het bal te hunner ere werd de oude kapel omgebouwd tot feestzaal, en een Hemelvaart van Maria op het gewelf verdween onder een kopie van de Aurora van Guido Reni, die beter bij een dansavond paste.