Omschrijving
De kerk Sant'Agata al Carcere staat op de plek waar volgens de overlevering de beschermheilige van Catania gevangen werd gehouden voor haar dood in 251. Het is een klein barok kerkje in de wijk van het Romeinse amfitheater, met in de gevel het middeleeuwse portaal van de oude kathedraal.
De ingetogen barokke gevel omlijst het romaanse portaal van wit marmer, dat hier in 1750 uit de Normandische kathedraal werd herplaatst. De boog rust op zes zuiltjes met schaakbord-, visgraat- en ruitmotieven; op de deurstijlen vlechten zich bijbelse figuren, echte en fantasiedieren en bloemmotieven door elkaar.
Binnen gaan twee kerken samen. Het barokke schip werd na de aardbeving van 1693 toegevoegd door Francesco Battaglia; het priesterkoor, met zijn gotische kruisgewelf op vier zuilen met Korinthische kapitelen, is wat rest van de vijftiende-eeuwse kerk van de familie Guerrera.
Op het hoofdaltaar hangt het kostbaarste werk: het altaarstuk Agatha naar het martelaarschap geleid, op paneel geschilderd door Bernardino Niger en gesigneerd in 1588. Aan de rechterwand van het koor zie je achter een rooster de voetafdrukken van de heilige, die volgens de overlevering in het lavasteen achterbleven toen ze na de martelingen naar haar cel werd teruggebracht.
Een deurtje rechts van het koor geeft toegang tot de eigenlijke kerker, een ruimte uit de Romeinse keizertijd. Opgravingen bevestigden de datering, maar een gevangenis was het waarschijnlijk niet: de grote nissen en een mozaïek dat erboven werd gevonden wijzen eerder op een monumentaal graf of een heilige opslagplaats van een tempel.
In de Handelingen van het martelaarschap keert de kerker telkens terug: hier zou Agatha zijn opgesloten nadat ze weigerde aan de goden te offeren, hier zou de heilige Petrus haar zijn verschenen om haar wonden te genezen, en hier zou ze op 5 februari 251 zijn gestorven.
De kerk bewaart ook een stuk van de kist waarin de relieken van de heilige in 1126 uit Constantinopel terugkeerden. De Byzantijnen van generaal Georgios Maniakes hadden ze in 1040 meegenomen; na 86 jaar brachten twee soldaten, Gisliberto en Goselmo, ze terug.
In het hele complex lees je de stad in lagen: een stuk Griekse stadsmuur uit de zesde eeuw v.Chr., Romeinse bouwwerken uit de tweede eeuw en resten van het bastion waarmee Karel V halverwege de zestiende eeuw de muren van Catania versterkte.
De ingetogen barokke gevel omlijst het romaanse portaal van wit marmer, dat hier in 1750 uit de Normandische kathedraal werd herplaatst. De boog rust op zes zuiltjes met schaakbord-, visgraat- en ruitmotieven; op de deurstijlen vlechten zich bijbelse figuren, echte en fantasiedieren en bloemmotieven door elkaar.
Binnen gaan twee kerken samen. Het barokke schip werd na de aardbeving van 1693 toegevoegd door Francesco Battaglia; het priesterkoor, met zijn gotische kruisgewelf op vier zuilen met Korinthische kapitelen, is wat rest van de vijftiende-eeuwse kerk van de familie Guerrera.
Op het hoofdaltaar hangt het kostbaarste werk: het altaarstuk Agatha naar het martelaarschap geleid, op paneel geschilderd door Bernardino Niger en gesigneerd in 1588. Aan de rechterwand van het koor zie je achter een rooster de voetafdrukken van de heilige, die volgens de overlevering in het lavasteen achterbleven toen ze na de martelingen naar haar cel werd teruggebracht.
Een deurtje rechts van het koor geeft toegang tot de eigenlijke kerker, een ruimte uit de Romeinse keizertijd. Opgravingen bevestigden de datering, maar een gevangenis was het waarschijnlijk niet: de grote nissen en een mozaïek dat erboven werd gevonden wijzen eerder op een monumentaal graf of een heilige opslagplaats van een tempel.
In de Handelingen van het martelaarschap keert de kerker telkens terug: hier zou Agatha zijn opgesloten nadat ze weigerde aan de goden te offeren, hier zou de heilige Petrus haar zijn verschenen om haar wonden te genezen, en hier zou ze op 5 februari 251 zijn gestorven.
De kerk bewaart ook een stuk van de kist waarin de relieken van de heilige in 1126 uit Constantinopel terugkeerden. De Byzantijnen van generaal Georgios Maniakes hadden ze in 1040 meegenomen; na 86 jaar brachten twee soldaten, Gisliberto en Goselmo, ze terug.
In het hele complex lees je de stad in lagen: een stuk Griekse stadsmuur uit de zesde eeuw v.Chr., Romeinse bouwwerken uit de tweede eeuw en resten van het bastion waarmee Karel V halverwege de zestiende eeuw de muren van Catania versterkte.